De geboorte van sociale robots

We gebruiken technologie om taken te verlichten en zo een prettiger bestaan te kunnen leiden. Doordat robots dergelijke taken overnemen, kunnen dezelfde taken door minder mensen uitgevoerd worden. Dit kan de zorg verlichten.

Door Matthijs Pontier

KasparDoor de vergrijzing is in de zorg meer mankracht nodig, terwijl vanwege bezuinigingen juist aan mankracht moet worden ingeleverd. Mensen worden zo steeds meer op zichzelf en op elkaar aangewezen. Het blijkt in de praktijk mogelijk om robots in de zorg in te zetten en zo het welzijn van patiënten te verbeteren. Succesvolle voorbeelden zijn Paro en Kaspar.

Paro, de zachte witharige knuffelrobot voor ouderen met dementie, blijkt veel positieve effecten te hebben op hun welzijn en eenzaamheid te voorkomen. Kaspar wordt ingezet om emotietraining te geven aan kinderen met autisme.

Voorspelbare robots
Robots gedragen zich, vergeleken met mensen, behoorlijk voorspelbaar. Een robot is hierdoor een relatief veilige interactiepartner. Nieuwe technologie roept echter vaak angstige reacties op. Robots kunnen al wel vrij overtuigend emoties tonen, maar ze kunnen dit nog niet effectief gebruiken om menselijk te communiceren. Hierdoor komen robots vaak een beetje eng over. Daarom is het belangrijk robots te ontwikkelen die er niet alleen vriendelijk en aaibaar, dus menselijk uitzien maar die zich ook nog eens menselijk gedragen. Robots gedragen zich namelijk nog niet erg menselijk.

Sociaal gedrag van robots
Om robots menselijker te maken, heb ik tijdens mijn promotieonderzoek op basis van psychologische en sociaal wetenschappelijke theorieën een computermodel ontwikkeld. Het uitgangspunt daarbij was het sociaal-emotioneel gedrag. Wat bepaalt hoe mensen elkaar en elkaars gedrag waarnemen? Wat roept bepaalde emoties bij mensen op? Welke rol hebben emotionele gevoelens bij het maken van beslissingen? En hoe en wanneer reguleren we onze emoties? Omdat een computermodel feitelijk een stuk software is, kan een computermannetje of robot dit model gebruiken om zich emotioneel menselijk te gaan gedragen. Je zou het model kunnen zien als de hersenen van de robot.

Sociale robots in de zorg
Binnen het SELEMCA project werkten we samen met zorginstellingen en de creatieve industrie om, gestuurd vanuit de zorgpraktijk, robots te ontwikkelen die patiënten en zorgverleners kunnen ondersteunen. Hierbij richten we ons vooral op patiënten die langdurig in een zorginstelling verblijven, zoals ouderen of gehandicapten.

Robots kunnen patiënten onder andere activeren, entertainen en zorgen dat ze zich minder eenzaam voelen. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om het vervangen van zorgverleners. Wel over de robot als een aanvulling op de bestaande zorg; hij neemt slechts taken over waar de zorgverleners geen tijd voor hebben. Of juist de saaie dingen, zoals steeds hetzelfde verhaaltje vertellen aan een oudere met dementie. Verder kunnen robots patiënten coachen bij het doen van oefeningen, of hen helpen herinneren medicijnen in te nemen.

Moreel besef
robot helptRobots in de zorg die met mensen omgaan, moeten moreel besef hebben. Opdat deze robots de levenskwaliteit van kwetsbare cliënten daadwerkelijk verbeteren en niet hun welzijn en waardigheid bedreigen. Het gaat daarbij om als medisch-ethische dilemma’s als respect voor de autonomie, verhogen van het welzijn en het gelijkwaardig behandelen van verschillende patiënten. De door ons ontwikkelde software kan die deze morele principes tegen elkaar afwegen zodat de robot dezelfde beslissingen kan maken als experts op dit gebied.

Autonomie van patiënten
Binnen de zorg bestaan er vaak conflicten tussen positieve en negatieve autonomie.
Je kunt bijvoorbeeld denken aan een beginnend dementerende die niet goed in staat is te bepalen of hij alleen naar buiten kan gaan. Wanneer je deze oudere probeert te stimuleren thuis te blijven, maak je inbreuk op zijn mentale integriteit. Toch kan je iemands autonomie stimuleren door adequate informatie en reflectie te bevorderen.

Doordat de robot uitgerust is met het uitgewerkte autonomiemodel, kan de robot een inschatting maken aan welke voorwaarden van autonomie al is voldaan. Vervolgens kan hij  beoordelen welke acties ondernomen moeten worden om de autonomie van de patiënt verder te stimuleren. Hierbij kan de robot een goede afweging maken tussen autonomie als zelfbeschikking en autonomie als keuzevrijheid.

Gevoelig communiceren
Mensen vinden dit soort uitgangspunten soms kil. Zorgen gaat uiteindelijk niet alleen over het bereiken van een doel, maar ook over het aangaan van een relatie met degene die verzorgd wordt. Bovendien is het niet menselijk om altijd rationeel te zijn. In de praktijk worden onze keuzes grotendeels bepaald door gevoelens die we aan een bepaalde keuze hechten. Om de robot menselijker beslissingen te kunnen laten maken hebben we de software van emotionele intelligentie en moreel redeneren op elkaar aangesloten. Dit noemen we resulterende software.

hersenenIn de hersenen
Robots uitgerust met de resulterende software kunnen zowel rationele als emotionele overwegingen mee laten spelen in hun keuzes en zich menselijk gedragen. Ze kunnen een relatie aangaan met de patiënt, leren wat voor elke patiënt belangrijk is, zodat adaptief en op een menselijke wijze het welzijn van de patiënt verbeterd kan worden.

Een robot zou bijvoorbeeld patiënten kunnen stimuleren op tijd zijn medicatie te nemen. Deze taak wordt dan als doel in zijn ‘hersenen’ gepland. De robot kan emotionele intelligentie gebruiken om doelen te bereiken die het welzijn van patiënten bevorderen. Emoties zijn menselijk en zorgen er voor dat een robot niet koud reageert met: ‘u moet het medicijn nu innemen omdat het nu tijd is ervoor’. Nee, de robot toont begrip voor de  oudere die zijn medicijnen niet in wil nemen en legt rustig uit waarom het beter is om het wel te doen. Het is hierbij belangrijk dat de robot niet doordraaft. Één van de belangrijke karaktereigenschappen van de robot is dus geduld.

Over de auteur
Dit artikel is een bewerkte samenvatting van Robots kunnen patiënten en zorgverleners ontlasten van Matthijs Pontier. Matthijs heeft een achtergrond in Kunstmatige Intelligentie en Psychologie, en ontwikkelde tijdens zijn promotietraject emotionele intelligentie voor machines. Hij werkte tot en met december 2013 als postdoc aan de Vrije Universiteit Amsterdam binnen het SELEMCA project aan machine ethics; het ontwikkelen van moreel besef bij machines, met als toepassingsgebied de zorg. Momenteel wil hij moreel besef terugbrengen in de Europese politiek als kandidaat lijsttrekker voor de Piratenpartij.

Advertenties